Wie is Joan

Mijn naam is Joan Elkerbout, geboren in 1970, dochter van een dominee. Ik groeide op in de christelijke traditie, meestal wonend meteen naast de kerk. Ik kreeg de meer open en vrijzinnige christelijke benadering mee. We spraken veel over de wereld en mensen en ik kreeg al vroeg een bewustzijn mee over hoe we met elkaar zouden moeten of kunnen zijn. Een inclusieve benadering ook. Toen ik thuis kwam met een vrouw als partner was het feest thuis. Het was heel gewoon en welkom. Een coming out heb ik dan ook nooit gehad, het was zo gewoon!

Het was al vroeg duidelijk dat ik de sociale kant op wilde. Ik heb nog even getwijfeld tussen HBO theologie en Maatschappelijk Werk. In die tijd won de psychologie het van de theologie en ik studeerde in 1996 af als Maatschappelijk Werkster. Mijn jeugdervaringen met pesten inspireerden mij tot de specialisatie in hulpverlening aan slachtoffers van pesten. Ik zette Stichting Vogelvrij op en ontmoette vele, vele lotgenoten in individuele begeleiding en in therapeutische weekenden.

Mijn eigen ontwikkeling stond ook niet stil. Ik werd meer en meer getrokken naar mijn spirituele en mystieke kant en voelde me bewogen of geroepen daar meer mee te doen. Ik studeerde even vrijzinnige theologie, maar mijn persoonlijke beleving en verstaan reikte veel verder dan alleen de christelijke traditie. Uiteindelijk vond ik in New York het One Spirit Interfaith Seminary. Een opleiding tot officieel Interfaith Minister, oftewel interreligieus – of liever nog interspiritueel – voorganger. We doken met docenten uit de verschillende religies die tradities in, kregen uitleg en vooral kregen we de ervaring van rituelen, gebeden en betekenis van teksten mee. Het gevolg was diepgaande uitwisseling tussen ons studenten over wat dit betekende, met een enorme verdieping tot gevolg voor ons eigen oorspronkelijke geloof. Het was thuiskomen. One Spirit voelt voor altijd als mijn thuis, mijn communiteit van door mij zeer geliefde mensen met mij op hetzelfde pad. Het heeft mijn leven veranderd, of eigenlijk beter gezegd: het heeft mij geleid naar meer zelfkennis, zelfacceptatie en (zelf)liefde, en naar meer authentiek mezelf zijn en durven zijn. Ik voelde me zo gezien in wie ik werkelijk ben.

Na mijn inwijding tot Interfaith Minister in 2009 zette ik in Nederland het Interspiritueel Seminarie op. Ik vond dat een zegening om te mogen doen. Helaas bleek in die tijd ook dat ik zeer ernstig ziek was – achteraf gezien al een aantal jaren. Ik had de ziekte van Kahler; een ongeneeslijke vorm van beenmergkanker. Ik moest het seminarie loslaten en een donkere tijd overviel mij. Ik was er slecht aan toe en ruim ander half jaar lang onderging ik zware behandelingen, inclusief een stamceltransplantatie. Godzijdank overwon ik de ziekte en inmiddels ben ik al drie jaar in remissie. Mijn toekomst rondom mijn gezondheid is echter onzeker; men zegt dat het vroeg of laat terug zal komen en dat ik niet heel oud zal worden. Maar mijn spirituele training bleek een solide grond die mij in staat stelt om mijn leven in vrijheid en tevredenheid weer op te pakken.

Het meest donkere in de tijd dat ik ziek en herstellende was, was het feit dat mijn relatie niet bestand bleek tegen zoveel pijn en ellende. Na een heel pijnlijke en onbegrijpelijke periode (een donkere nacht voor mijn ziel) heb ik gekozen voor mijn geluk boven enige zekerheid en ging alleen verder. Nu woon ik met mijn drie katjes in een klein appartement in Geldrop. Sindsdien ben ik verder hersteld en heb meer energie. Ik heb niet meer het portie energie wat mijn leeftijdgenoten gemiddeld hebben en het is zoeken naar een balans tussen graag doen waar ik me toe geroepen voel en voldoende rust en ontspanning. Ondanks dat voel ik me levenslustig en geïnspireerd en klaar om mijn interspirituele werk rustig aan weer op te pakken en nieuwe vormen te geven. Ook mijn andere levenswerk voor slachtoffers van pesten heb ik op kleine schaal weer opgepakt.

Ik kijk uit naar de nieuwe ontmoetingen, naar de tijd dat we met elkaar de diepte van onszelf en de wijsheid induiken, naar de ontspanning en het plezier, naar voor elkaar van betekenis zijn en naar het vinden van wegen om beschikbaar te zijn voor deze wereld en haar mensen. Naar gezien en gekend worden en naar wat dat gaat betekenen voor een ieder van ons.

Joan Elkerbout